Een miskraam is het verliezen van de baby vóór de 16e zwangerschapsweek. De oorzaken van een miskraam vóór 16 weken zijn doorgaans andere dan die van vroeggeboorte na die termijn. Hieronder staan wat de oorzaken van een miskraam kunnen zijn.

De meest voorkomende oorzaak
De overgrote meerderheid van de miskramen vóór 16 weken berust op stoornissen in het eitje zelf. Vaak blijkt het vruchtje geheel te ontbreken of is het vruchtje al lang afgestorven. Slechts in 5-10% van de gevallen wordt bij een miskraam een vruchtje aangetroffen dat waarschijnlijk tot kort voor het tijdstip van uitstoting heeft geleefd. Bij ongeveer 50% van de miskramen blijken chromosomale afwijkingen aanwezig te zijn. Ook al worden bij 50% van de abortussen geen met de microscoop zichtbare chromosoomafwijkingen aangetroffen, kunnen er genetische afwijkingen zijn. De miskraam is een soort natuurlijk selectiesysteem, waardoor stoornissen die bij of kort na de conceptie zijn opgetreden, alsnog worden gecorrigeerd door afstoting. Met het toenemen van de leeftijd van de moeder treedt er vaker een miskraam op, omdat de kans op een chromosomale afwijking bij het embryo toeneemt.

Andere oorzaken
Andere mogelijke oorzaken van een miskraam kunnen zijn: obesitas, schildklierafwijkingen en het niet goed werken van het corpus luteum.

Het corpus luteum zijn grote cellen met een gele vetachtige substantie erin (luteïne). Het corpus luteum wordt in stand gehouden als de bevruchting heeft plaatsgevonden en produceert het hormoon progesteron. Dit hormoon is belangrijk voor het in stand houden van de zwangerschap. Het onvoldoende functioneren van het corpus luteum kan ook de oorzaak zijn van een miskraam.

Obesitas bij de moeder is geassocieerd met een hogere kans op een miskraam. Een enkele maal kan een virusinfectie zoals rubella, cytomegalie, toxoplasmose of het parvovirus B19 een miskraam veroorzaken. Ook roken en dagelijks en overmatig alcoholgebruik zijn geassocieerd met het vaker optreden van een miskraam. Daarnaast kunnen diverse geneesmiddelen een miskraam veroorzaken. Tot slot kunnen schildklierafwijkingen een miskraam veroorzaken. Seks kan geen miskraam uitlokken.

Herhalingskans
Het herhalingsrisico van een chromosoomafwijking is laag. We spreken van een herhaalde miskraam na twee of meer miskramen. Na een eerste miskraam is de kans op een nieuwe miskraam niet of nauwelijks verhoogd. Na twee miskramen is de kans ongeveer 25% op een herhaling en na drie miskramen is de kans op herhaling ongeveer 35%.

Ongeveer 1-3% van alle vrouwen die zwanger worden, krijgt te maken met herhaalde miskramen.

Na twee miskramen kan het goed zijn onderzoek te doen naar de oorzaak. Naast bovengenoemde oorzaken kan de oorzaak ook een stollingsafwijking of een afwijkende vorm van de baarmoeder zijn. Dat zal de gynaecoloog met jullie bespreken. Bij 15-20% van de paren blijft de oorzaak onduidelijk.

Liefs, Tisha
Verloskundige (i.o.)

Bronnen
Praktische verloskunde, Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Sicco Scherjon, Yvonne Smit, Houten, Nederland 2014 Bohn Stafleu van Loghum
https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-miskraam
https://www.vumc.nl/afdelingen/patientenfolders-brochures/zoeken-alfabet/H/habituele_abortus_(herhaald1.pdf