De nekplooimeting is onderdeel van de combinatietest en vindt tussen de 11 en 14 weken zwangerschapsduur plaats. Tijdens de nekplooimeting wordt er echoscopisch gekeken naar de dikte van de nekplooi van de baby. In de nekplooi zit vaak wat vocht. Normaliter is de nekplooi niet meer dan 3mm. De dikte van deze nekplooi zegt iets over de kans op een aangeboren afwijking. Bij een dikkere nekplooi kan er sprake zijn van een chromosoomafwijking. Maar ook bij sommige andere afwijkingen kan een verdikte nekplooi aanwezig zijn, denk bijvoorbeeld aan een hartafwijking.

Wat nu als er sprake is van een verdikte nekplooi? Als uit de nekplooimeting blijkt dat er inderdaad een dikkere nekplooi gemeten wordt kom je in aanmerking voor vervolgonderzoek. Dat kan bijvoorbeeld een vruchtwaterpunctie of vlokkentest zijn. Uit deze testen komt dan naar voren of het daadwerkelijk gaat om een kindje met een chromosoomafwijking, bijvoorbeeld het Downsyndroom.

Soms kan het voorkomen dat er onterecht vervolgonderzoek gedaan wordt. Dit is dan achteraf niet nodig geweest. Het is lastig om de nekplooi nauwkeurig op te meten, er kunnen dan snel fouten gemaakt worden. Dit kan andersom ook gelden. Namelijk bij zo’n 3% van alle baby’s met een normale nekplooimeting blijkt er achteraf toch sprake te zijn van een chromosoomafwijking. Soms kan het zijn dat het niet lukt om een goede nekplooimeting te verrichten. Dan wordt de echo op een andere dag herhaald.

Bij een nekplooimeting loop je geen risico op een miskraam. Naast de nekplooimeting wordt het bloed van de moeder onderzocht en de leeftijd van de moeder meegenomen. Uiteindelijk krijg je dan een kansberekening terug, dit is de uitlag van de combinatietest.

Liefs Bernice
Verloskundige i.o.

Bronnen:

http://www.nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=910