• 24-30 weken:

In deze zwangerschapsweken heb je ongeveer iedere drie weken een afspraak bij je verloskundige. Tijdens deze afspraken kunnen eventuele klachten en al jullie vragen worden besproken.

Daarnaast wordt de bloeddruk gemeten en met een doptone naar het hartje van je baby geluisterd. Vanaf deze termijn wordt ook de omvang van je buik gemeten met een centimeter bij het zogenaamde uitwendige zwangeren onderzoek.

De verloskundige kan door het voelen aan jouw buik een aantal aspecten beoordelen:

  • De groei van jouw kindje kan worden beoordeeld door de afstand tussen de bovenrand van je baarmoeder en je schaambeen te meten. Hiermee kan in een grafiek een lijn worden bijgehouden van de groei van jouw kindje.
  • Naarmate de zwangerschap vordert en jouw kindje groter wordt, kan de ligging van jouw kindje worden beoordeeld. De verloskundige kan voelen waar het hoofdje van jouw kindje ligt en aan welke kant het ruggetje ligt.
  • Wanneer het einde van je zwangerschap nadert, kan de verloskundige uitwendig voelen of het hoofdje van jouw kindje al aan het indalen is.

Op deze manier geeft een uitwendig onderzoek de verloskundige heel veel informatie.

24 weken
Er zijn een aantal factoren waarbij er sprake is van een verhoogde kans op de ontwikkeling van zwangerschapsdiabetes. Als jij een verhoogde kans hebt op het ontwikkelen hiervan, krijg je bij 24 weken een laboratoriumformulier mee. Met dit laboratoriumformulier kan je een suikertest gaan doen; de orale glucosetolerantie test (OGTT).
Deze test gaat als volgt; je gaat nuchter naar het ziekenhuis (bij voorkeur in de ochtend). Vervolgens wordt er bloed bij je afgenomen. Nadat het bloed is afgenomen, krijg je een suikerdrankje dat je op moet drinken. Afhankelijk van regionale afspraken wordt vervolgens na één uur opnieuw bloed afgenomen. Vervolgens moet er twee uur na het suikerdrankje nogmaals bloed worden afgenomen.
In sommige regio’s wordt enkel na twee uur bloed afgenomen.

Door deze bloedtesten kan worden bekeken hoe jouw lichaam met suikers omgaat. Als deze waarden afwijkend hoog zijn, dan wordt gesproken van zwangerschapsdiabetes.

Wanneer zwangerschapsdiabetes is vastgesteld, wordt dit eerst geprobeerd onder controle te houden met een dieet.


27 weken
In het begin van je zwangerschap is er een bloedonderzoek uitgevoerd. In dit bloedonderzoek is jouw bloedgroep bepaald. Naast je bloedgroep zijn de ‘rhesusfactoren’ bepaald. Dit zijn eiwitten die aan- of afwezig kunnen zijn op je bloedcellen.
Als na het bloedonderzoek blijkt dat je Rhesus-D- of Rhesus-c-negatief bent, dan moet bij 27 weken zwangerschap de rhesus van jouw kindje bepaald worden. De verloskundige geeft je bij deze controle een labformulier mee.

Met dit labformulier kan een bloedonderzoek worden gedaan, dat niet schadelijk is voor jou of je kindje. Als uit dit onderzoek blijkt dat jouw kindje ook Rhesus-D- of -c-negatief is, dan is er niets aan de hand. Maar wat als jouw kindje Rhesus-D of Rhesus-c-positief is?
Dan bestaat de kans dat jouw bloed en het bloed van je kindje elkaar niet kunnen verdragen wanneer deze direct met elkaar in aanraking komen. Als gevolg hiervan kan je ‘antistoffen’ gaan aanmaken tegen het bloed van jouw kindje. Dit proces heeft zijn tijd nodig en is daarom nog niet gevaarlijk in deze zwangerschap. Bij een volgende zwangerschap kan dit betekenen dat jouw bloed het bloed van jouw kindje gaat afbreken. Dit kan dan bloedarmoede veroorzaken.

Hoe kan dit worden voorkomen?

Rhesus-D
Wanneer jij negatief en jouw kind positief is voor deze rhesusfactor, krijg je bij 30 weken zwangerschap een injectie met antistoffen tegen Rhesus-D. Dit voorkomt dat jouw bloed zelf antistoffen gaat aanmaken.
Deze injectie wordt door jouw verloskundige tijdens de controle rond de 30ste zwangerschapsweek toegediend in de bovenarm of in je bil.

Rhesus-c
Wanneer jij negatief en jouw kind positief is voor deze rhesusfactor, worden extra onderzoeken verricht. Er bestaat geen injectie voor deze factor en nog onduidelijk is wat de gevolgen precies zijn.

De meeste vrouwen voelen hun kindje vanaf de 20ste zwangerschapsweek bewegen. Vanaf 28 weken heeft jouw kindje een ritme ontwikkeld. Vanaf deze termijn is het gebruikelijk dat jij jouw kindje dagelijks regelmatig voelt bewegen. De verloskundige zal vanaf deze termijn dan ook iedere controle naar de kindsbewegingen vragen.
Beweegt jouw kindje minder dan dat jij gewend bent?
Neem dan je tijd om de bewegingen in je buik te voelen.
Tip: Dit voel je het beste als je op je linkerzij ligt en op deze manier is de doorbloeding van de placenta optimaal. 

Tel gedurende 2 uur de bewegingen van jouw kindje. Voel je je kindje minder dan 10 keer, twijfel je hierover, of ben je ongerust? Neem dan contact op met je verloskundige of gynaecoloog.
De verloskundige vraagt naar de verandering van het beweegpatroon en luistert naar de harttonen van je kindje. Daarnaast kan ze de bloeddruk meten en een uitwendig onderzoek doen.
Is je ongerustheid nog niet weg? Dan kan de verloskundige je doorverwijzen naar de gynaecoloog om in het ziekenhuis een CTG te maken.

Dus: ben je ongerust? Neem dan contact op met je verloskundige, bespreek je onrust en blijf er niet mee rondlopen!

Liefs, Demi
Verloskundige (i.o.)

Bronnen

  • Time Task Matrix. Consultschema prenatale zorg voor de zwangere met een ongecompliceerde zwangerschap. (2015). KNOV
  • Consultschema prenatale verloskundige begeleiding. KNOV
  • KNOV-Standaard Prenatale verloskundige begeleiding. (2008). KNOV
  • Praktische verloskunde
    Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Sicco Scherjon, Yvonne Smit, Houten, Nederland 2014, Bohn Stafleu van Loghum
  • De Verloskundige. Jouw zwangerschap: Je baby voelen bewegen. KNOV.