In het eerste trimester van je zwangerschap, vaak bij de eerste controle, wordt er bloed geprikt. Waar wordt je op onderzocht?

Hemoglobinegehalte – Onderzoek naar bloedarmoede
Hemoglobine is een eiwit dat zorgt voor het transport van zuurstof naar al je cellen in je lichaam en het transport van koolstofdioxide (CO2) van al je cellen naar de longen. Essentieel dus. Hemoglobine kan zijn rol als zuurstoftransporteur vervullen dankzij ijzer. Hemoglobine bevindt zich in rode bloedcellen, die in de hele bloedsomloop aanwezig zijn. Veranderingen in de zwangerschap zorgen ervoor dat je een grotere kans hebt op bloedarmoede. Een belangrijke verandering is dat de hoeveelheid vocht (bloedvolume) in je circulatie enorm toeneemt in de zwangerschap. Dit heet de fysiologische hemodilutie. Hierdoor daalt je hemoglobinegehalte. Daarnaast vraagt je zwangere lichaam meer van de rode bloedcellen, omdat er nu ook een kindje zuurstof moet krijgen. De zuurstofbehoefte neemt toe en zo ook de behoefte aan ijzer. Bij dit bloedonderzoek wordt er dus gekeken of je bloedarmoede hebt. Wanneer er blijkt dat je hemoglobine te laag is, zal er verder onderzoek worden gedaan om de oorzaak op te sporen. Als de verloskundige de oorzaak weet, kan het behandeld worden. Bijvoorbeeld door extra ijzer te slikken.

Bloedgroep: A, B, AB of O
Misschien heb je er weleens van gehoord, van het ABO-bloedgroepen systeem. Kleine kans dat je zelf weet welke bloedgroep je hebt. In de zwangerschap is dit belangrijk om te onderzoeken, bijvoorbeeld als je in een zeldzame situatie een bloedtransfusie nodig hebt. De bloedgroep bepaalt tegen welke andere bloedgroep (die jij zelf niet hebt) het lichaam antistoffen aanmaakt. Antistoffen zijn stoffen van immuunsysteem die ervoor zorgen dat wanneer er bloed dat niet van jou is in je lichaam terecht komt, dit bloed wordt afgebroken. Daarom is het belangrijk dat na/bij een bloedtransfusie de bloedgroepen van donor en ontvanger overeenkomen. Je bloedgroep wordt erfelijk bepaald.

Rhesusfactor, ook een soort bloedgroep
De bloedgroepen die relevant zijn in de zwangerschap om te onderzoeken zijn de rhesus-D en rhesus-C. Deze worden ook erfelijk bepaald.

Rhesus D
Wanneer je rhesus D-positief bent, wil dit zeggen dat je zelf een eiwit op de bloedcellen hebt (rhesus) en dus geen antistoffen maakt tegen dat eiwit. Als je rhesus D-negatief bent heb je het eiwit niet en zul je alleen antistoffen maken wanneer je in aanraking komt met rhesuspositief bloed. Deze heb je dus niet van nature, in tegenstelling tot de ABO-bloedgroepen.

Rhesus D-positief: 85% van de zwangere vrouwen.
Rhesus D-negatief: 15% van de zwangere vrouwen.

Rhesus C
Hetzelfde als voor rhesus D geldt voor rhesus C, depercentages zijn iets anders.

Rhesus C-positief: 82% van de zwangere vrouwen.
Rhesus C-negatief: 18% van de zwangere vrouwen.

Waarom wordt het onderzocht?
Omdat bloedgroepen erfelijk bepaald zijn, kan het goed zijn dat je kindje een andere rhesusbloedgroep heeft dan jij zelf. Ongeveer 40% van alle vrouwen hebben na de bevalling (meestal weinig) bloed van de baby in hun circulatie. Dit komt doordat er soms tijdens de zwangerschap wat bloed van je kindje in jouw bloedsomloop terecht komt, of tijdens de bevalling. De medische term hiervoor is foetomaternale transfusie. Als jullie bloedgroepen overeen komen is dat geen probleem. Stel dat jij rhesus D-negatief bent en je kindje is rhesus D-positief; Als jouw lichaam merkt dat er verkeerd bloed in je bloedsomloop is, zal het lichaam antistoffen gaan aanmaken tegen de rhesusfactor. In een eerste zwangerschap kan dit nog niet veel kwaad, omdat je immuunsysteem pas na de bevalling echt grote hoeveelheden antistoffen zal aanmaken. In een volgende zwangerschap, heeft jouw immuunsysteem dit onthouden en kunnen de antistoffen voor bloedafbraak bij het kind zorgen. De antistoffen van jou zullen dan via de placenta naar de baby gaan en zorgen voor bloedarmoede. Dit is zeer zeldzaam.

Om dit te voorkomen, is de eerste stap bloedonderzoek naar jouw rhesusfactor.
Van alle rhesus D-negatieve zwangeren is ongeveer 60% zwanger van een kind dat rhesuspositief is. In 40% van de gevallen is er niets aan de hand.

Uitslag bloedonderzoek en de betekenis ervan:

  • Rhesus D-positief: geen maatregelen.
  • Rhesus D-negatief: met 27 weken wordt er opnieuw bloed geprikt om te kijken of je antistoffen hebt aangemaakt. Het is zeldzaam, <1% van alle rhesus negatieve vrouwen hebben antistoffen. Mocht dat zo zijn, krijg je extra onderzoeken. Als je 30 weken zwanger bent krijg je een injectie met antistoffen tegen rhesus D, om te voorkomen dat je ze zelf zal aanmaken (en zo je kindje te beschermen).
  • Rhesus C-positief: geen maatregelen.
  • Rhesus C-negatief: met 27 weken wordt er opnieuw bloed geprikt om te kijken of je antistoffen hebt aangemaakt. Mocht dat zo zijn, krijg je extra onderzoeken. Voor resus C bestaat er geen injectie.

Irregulaire antistoffen
Irregulaire antistoffen (IEA), zijn antistoffen die je normaal gesproken niet hebt in je bloed. Regulaire antistoffen heb je wel, dat zijn antistoffen tegen andere bloedgroepen zoals A en B. Irregulaire antistoffen kunnen aangemaakt zijn door een bloedtransfusie of een eerdere zwangerschap. Naast de rhesusfactor (D en C) zijn er ook nog andere bloedgroepen mét mogelijke antistoffen. Ook deze kunnen de placenta passeren en naar je kindje gaan. Als jouw kindje een andere bloedgroep heeft dan jou, dan kunnen deze antistoffen die jij in je bloed hebt, het bloed van hem of haar afbreken en bloedarmoede veroorzaken. Dit is ook heel zeldzaam.

Geen antistoffen -> geen verdere vervolgstappen.
Wel antistoffen -> extra onderzoek.

Hepatitis B
Hepatitis B is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door een virus. Het zorgt onder andere voor een infectie van de lever. Je kunt een acute infectie hebben, die vaak vanzelf voorbij gaat, maar soms ook niet, en dan ontstaat er een chronische infectie. Dan hoef je geen klachten te hebben en dan ben je een drager van het virus. Ongeveer 0,4% van alle zwangeren is drager van hepatitis B. Tijdens de zwangerschap kun je je kindje niet besmetten met het virus. Maar wel tijdens de geboorte. Om besmetting te voorkomen, krijgt de baby binnen 2 uur na de geboorte antistoffen toegediend met een injectie. Hierdoor is je kindje beschermd tegen het virus. Het toedienen van antistoffen wordt passieve immunisatie genoemd. Dit is niet genoeg, het kind moet ook zélf antistoffen gaan produceren, actief. Daarom krijgt de baby binnen 48 uur ook een vaccinatie. Op leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden krijgen alle kinderen een vaccinatie tegen hepatitis-B. Dus ook voor kinderen van niet-besmette moeders.

Syfilis
Syfilis, ook wel lues genoemd, is een SOA (seksueel overdraagbare aandoening) die je door onveilige seks kan oplopen. Het is een bacteriële infectie die weinig voorkomt bij zwangeren. In het tweede en derde trimester wordt de kans steeds groter dat je kindje ook besmet raakt door jou als je niet behandeld wordt. Daarom is het goed om zo snel mogelijk te starten met behandeling (antibiotica). De gynaecoloog zal je behandelen.

HIV
Het HIV-virus zorgt voor de ziekte aids. Het is een seksueel overdraagbare aandoening die je door lichaamsvocht kan worden overgedragen, bijvoorbeeld tijdens vrijen, bloedcontact of door gebruik van verontreinigde naalden. Een zwangere die besmet is met het virus kan haar kindje besmetten tijdens de zwangerschap, bevalling en via de borstvoeding. Om die kans zo klein mogelijk te maken, wordt je behandeld met virusremmers. Als de HIV-test positief is wordt je doorgestuurd naar een specialistisch centrum voor hiv, waar je door meerdere specialisten wordt behandeld, waaronder de gynaecoloog.

Tot slot
Je krijgt de uitslag van de verloskundige bij jouw eerst volgende bezoek. Zijn de uitslagen afwijkend, dan krijg je de uitslag eerder en neemt de verloskundige contact met je op. Lees meer over het bloedonderzoek in het eerste trimester op http://www.rivm.nl/Onderwerpen/B/Bloedonderzoek_zwangeren

Liefs, Floor
Verloskundige (i.o.)

Bronnen:
Obstetrie en Gynaecologie
Heineman, M.J, et al.
Amsterdam 2012
Reed Business

Praktische verloskunde
Marianne Prins, Jos van Roosmalen, Sicco Scherjon, Yvonne Smit,
Houten, Nederland 2014
Bohn Stafleu van Loghum

Anatomie en fysiologie: een inleiding
Martini & Bartholomew
Amsterdam, 2012
Pearson Benelux

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (www.rivm.nl)

NVOG erytrocytenimmunisatie en zwangerschap (http://nvog-documenten.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=890)