Eindelijk, daar is je baby dan! Na maanden wachten ligt hij of zij op je buik. In de eerste 10 minuten na de geboorte heeft je baby al meteen een aantal checks gehad, waarbij gekeken wordt naar de APGAR-score. Als de APGAR-score goed is mag de baby lekker bij je liggen en misschien wel aan de borst. Na ongeveer een uur doet de verloskundige nog een aantal controles. Als het even kan gebeurt dit dicht bij jou in de buurt zodat je mee kan kijken.

Nadat je baby gewogen is, wordt deze van top tot teen nagekeken. Gedurende het hele onderzoek wordt er gekeken of de baby er gezond uitziet en normaal beweegt. De verloskundige bekijkt allereerst of het hoofdje en het gezicht van je baby er normaal uitziet. Als het hoofdje van je baby niet erg vervormd is geraakt door de bevalling, meet ze soms de schedelomtrek.

Als dit wel het geval is, kan de schedelomtrek op een ander moment nog gemeten worden maar niet iedere verloskundige doet dit en in sommige ziekenhuizen ook niet. Het is normaal dat het hoofdje van de baby tijdens de bevalling vervormt. Dat is zo bijzonder aan een baby-schedel. Ze voelt ook of er geen bulten in het hoofd zitten, en ze kijkt naar de oren en ogen van je baby. Eventuele moeder-, wijn- of andere geboortevlekken zijn nu ook goed zichtbaar. Ook het tongriempje van je baby wordt vaak bekeken, om te zien of deze niet te kort is. Dit kan namelijk moeilijkheden geven bij de borstvoeding en later bij de spraakontwikkeling van je kindje. De verloskundige voelt en kijkt of het verhemelte van de baby gesloten is. Terwijl de verloskundige dit voelt, kan ze gelijk checken of de baby een zuigreflex heeft. Wanneer ze met haar vinger diep in het mondje van je baby gaat, begint deze te zuigen. Dit is een goed teken en betekent dat de zuigreflex aanwezig is. Dit is vaak ook het moment dat je baby vitamine K toegediend krijgt. De verloskundige vraagt of jullie baby vitamine K mag krijgen. Dit zijn enkele druppels en soms wordt het in een spuitje gegeven, het stimuleert de bloedstolling. Een dosis is genoeg voor de eerste week. Vanaf dag 8 wordt er geadviseerd je baby weer vitamine K te geven, als je borstvoeding geeft.

Even op een rij…

  • Schedel: is deze mooi rond, zitten er bulten op en zo ja, zijn deze hard of zacht
  • Oren: zitten deze op de verwachte hoogte, zijn de oren gesloten, zijn er bij-oortjes zichtbaar
  • Ogen: zitten deze op de verwachte plek en stand, zijn de pupillen gesloten
  • Neus: ademt je baby door de neus zonder moeite
  • Mond: lijkt het tongriempje van normale lengte, is het verhemelte gesloten, heeft de baby een zuigreflex, zijn er tanden aanwezig

Vervolgens wordt de romp van je baby geïnspecteerd. De hals wordt hierin ook meegenomen. Als er bijzonderheden zijn, zal de hals een afwijkende vorm hebben. Dit kan mogelijk wijzen op problemen met bijvoorbeeld de schildklier. Voorzichtig voelt de verloskundige dan of de sleutelbeenderen intact zijn. Dit doet ze door afwisselend met haar duim- en wijsvinger naar de botjes te voelen. De baby voelt hier niks van. In één oogopslag worden de tepeltjes van de baby bekeken. Zitten ze op gelijke hoogte, zijn het er twee of misschien drie? Soms kan het zijn dat er een witte druppel uit (een van de) tepels komt. Dit kan geen kwaad en heeft te maken met de hormonen die de baby in jouw buik heeft meegekregen. Terwijl de verloskundige bezig is met het inspecteren van de romp van je baby, kijkt ze meteen goed naar de ademhaling en huidskleur van de baby. Als je baby huilt, kan het soms lastig zijn om de ademhalingsfrequentie goed te beoordelen. Huilen is een goed teken en betekent dat de longen goed ontplooid zijn. Kenmerkend aan de buik van een baby is dat deze tonvormig is. Dit kan de verloskundige ook in één oogopslag beoordelen.

Opgesomd wordt er nu dus gekeken naar de…

  • Hals: ziet deze er normaal uit
  • Sleutelbeenderen: zijn deze intact
  • Tepels: zijn het er twee of meer, is er zwelling zichtbaar, is er afscheiding zichtbaar

De armpjes en de beentjes van je baby worden ook bekeken. Er wordt vooral gekeken of ze er symmetrisch uitzien en of de baby een goede spierspanning heeft. De vingertjes en teentjes worden geteld en daarbij uit elkaar bewogen, om te kijken of deze goed zijn aangelegd en van elkaar gescheiden kunnen worden. Soms pakt de baby de vingers van de verloskundige vast. Dit heet het grijpreflex en verdwijnt na een tijdje weer. Bij de voetjes is er ook zo’n grijpreflex aanwezig. Nu kan de lengte van je baby, als je dat wil, opgemeten worden. Dit kan soms nog knap lastig zijn, omdat baby’s vaak hun beentjes niet recht willen houden vlak na de geboorte. We ‘trekken’ nooit aan de beentjes dus de precieze lengte is niet altijd goed te meten.

Dus…

  • Armen: bewegen ze normaal, lijken ze symmetrisch, zijn er tien vingertjes aanwezig die apart van elkaar zitten
  • Benen: bewegen ze normaal, lijken ze symmetrisch, zijn er tien teentjes aanwezig die apart van elkaar zitten

Vervolgens wordt er gekeken naar het geslacht van je baby. Bij meisjes wordt er gekeken of de schaamlippen gespreid kunnen worden, bij jongetjes of de balletjes zijn ingedaald. Ook wordt er gekeken of de plasbuis op de goede plek zit.

Een samenvatting:

  • Wat is het geslacht van je baby?
  • Meisjes: kunnen de schaamlippen gespreid worden, zijn er bijzonderheden te zien zoals bijvoorbeeld een vergroting van de clitoris
  • Jongetjes: zijn de balletjes ingedaald, zit de plasbuis op de goede plek

Dan is het tijd om de baby om te draaien. Soms wordt het loopreflex dan meteen getest. Als baby’s met hun voeten op een vaste ondergrond gezet worden, ‘lopen’ ze een paar stappen. Dit is normaal, en vooral leuk om te zien. Belangrijk is nu vooral dat de verloskundige kijkt of het ruggetje van je baby gesloten is. Dit doet zij door te kijken en te voelen. Vervolgens wordt de baby getemperatuurd. De temperatuur van je baby moet tussen de 36,5 – 37,5 °C zijn. Als de temperatuur van je baby hierboven of –onder zit, wordt daarop geanticipeerd. De baby wordt dan minder warm aangekleed, of wordt bloot op jouw borst of op die van je partner gelegd. Door je baby te temperaturen, kan er ook gekeken worden of de anus toegankelijk is. Soms poepen baby’s dan voor de eerste keer. De eerste poep van je baby is kleverig en zwart.

Op de rug wordt er dus naar het volgende gekeken…

  • Is de wervelkolom gesloten? Specifiek wordt er gekeken naar beharing, een gaatje boven de billen, onverwachte zwelling
  • Is de anus van de baby toegankelijk? Is de temperatuur goed?
  • Zijn de bilplooien van je baby gelijk? Ongelijke bilplooien kunnen wijzen op heupproblemen, dat dan door het consultatiebureau in de gaten gehouden wordt

Als de baby is nagekeken wordt er nog een reflex getest: het moro-reflex. De verloskundige houdt je baby dan vast en laat hem of haar een paar centimeter naar achteren ‘vallen’. Als de armpjes omhooggaan, is de moro-reflex aanwezig. Er is er een jarig…hoera!

Alle reflexen naast elkaar:

  • Zuigreflex (mondje)
  • Grijpreflex (handjes en voetjes)
  • Loopreflex (wanneer de baby op de rug gedraaid wordt)
  • Moro-reflex

Als er tijdens het onderzoek iets gevonden wordt wat van tevoren niet verwacht werd, kan het zo zijn dat er alsnog niets met je baby aan de hand is. Afhankelijk van wat er gevonden wordt, schakelt de verloskundige je huisarts, het consultatiebureau of een kinderarts in. Gedurende het onderzoek mag je natuurlijk alle vragen stellen die je hebt. De verloskundige legt waarschijnlijk elke keer uit wat ze doet en wat ze ziet. Als er niets gevonden wordt tijdens het onderzoek, betekent dit dat de baby er van de buitenkant gezond uitziet. Overige onderzoeken, zoals de hielprik, worden gedaan of er binnenin het lichaam van je baby, zoals in het bloed, ook geen bijzonderheden te vinden zijn. Dan is het tijd om de baby aan te kleden. Vaak is de eer aan de kersverse vader. Heb jij al een leuk pakje uitgezocht?

Liefs, Pia
Verloskundige

Bronnen
http://www.knov.nl/uploads/knov.nl/knov_downloads/826/file/LESA-V_Onderzoek_van_de_pasgeborene.pdf
https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-zwangerschap-en-kraamperiode#idp554064
http://deverloskundige.nl/net-bevallen/subtekstpagina/216/moro-reflex/
Praktische verloskunde, Prins et al. Twaalfde, herziene druk. Hoofdstuk 5.9.1 Algemeen lichamelijk onderzoek, blz. 150 – 154