Het BMR mag niet in de zwangerschap gegeven worden en ook niet als je borstvoeding geeft. Tot 4 weken na een BMR-vaccinatie is het verstandig om niet zwanger te worden.

De reden waarom een BMR-vaccinatie in de zwangerschap niet gegeven wordt is omdat er bij deze vaccinatie sprake is van een levend vaccin. Een BMR-vaccinatie bestaat uit 3 onderdelen:

  • Bof
  • Mazelen
  • Rodehond

Het BMR-vaccin bestaat uit zwak gemaakt mazelenvirussen. Omdat het virus al zo verzwakt is krijg je hier zelf geen mazelen van en word je ook niet ziek. Daarentegen gaat je lichaam juist geheugencellen aanmaken. Doordat je lichaam dit doet kan je lichaam veel sneller reageren wanneer je wel echt het mazelen-, bof- of rodehond virus krijgt.

Voor jezelf is dit allemaal geen probleem, maar voor je baby wel. De kans dat je baby nog onvoldoende ontwikkeld is om zich tegen (de verzwakte) mazelenvirus af te kunnen weren is veel groter. Om deze reden wordt het BMR- vaccin in de zwangerschap sterk afgeraden.

Meestal heb je als kind het BMR-vaccin al gehad (bij 14 maanden en 9 jaar) en ben je daarna levenslang beschermd. Ga je dan naar een land waar de Mazelen veel voorkomt, dan hoef je je niet opnieuw te vaccineren. In sommige landen komt mazelen veel voor (denk aan landen in Afrika, maar ook in India). Je kunt niet alleen voor Mazelen worden gevaccineerd. Je wordt altijd voor alle 3 de ziektes gevaccineerd.

Liefs, Bernice
Verloskundige (i.o.)

Bronnen